1Bereid het lokaal voor
Verdeel het lokaal in twee duidelijk herkenbare helften: één helft voor ‘Eens’ en één voor ‘Oneens’. Studenten lopen bij elke stelling naar de helft die bij hun mening past. Zorg voor voldoende loopruimte. Houd deze bediening op je eigen scherm en projecteer alleen het presentatiescherm.
2Maak veilige afspraken
Niemand hoeft een eigen ervaring of keuze te verklaren. Passen, blijven zitten en tijdens het gesprek van kant wisselen mag. Gebruik geen namen of herkenbare casussen.
3Werk per stelling
Lees de stelling voor, geef kort bedenktijd en laat studenten een kant kiezen. Vraag vrijwillig om argumenten van beide kanten. Klik dan op ‘Toon debatvraag’ en bespreek de vraag ongeveer twee minuten.
4Rond af
Vraag welk argument iemand aan het denken zette. Noem de actuele contactroute naar de vertrouwenspersoon en bied ruimte voor een individueel gesprek na afloop.
Bij spanning in de groepPauzeer de oefening als de discussie persoonlijk wordt. Verplaats een eigen verhaal naar een rustig individueel gesprek.